Eberspacher

De aandachtscirkels van Eberspacher

Tijdens een tenniswedstrijd van 2 uur ben je daadwerkelijk 20 minuten aan het tennissen. De rest van de tijd is een speler dus bezig met andere dingen.  Het is interessant om te kijken of we deze 100 minuten op mentaal gebied positief kunnen beïnvloeden. 

Sportief gedrag met het thema Minds*t kunnen we verduidelijken via de aandachtscirkels van Eberspacher. Een korte uitleg:

Tijdens de wedstrijd kan de aandacht zich verplaatsen. Een facet van concentratie is dat je die verliest als je je richt op zaken die irrelevant en oncontroleerbaar zijn. Als de aandacht zich verplaatst naar iets dat irrelevant en oncontroleerbaar is, komt dat de prestatie niet altijd ten goede. We kunnen een indeling maken van zes gebieden waarop je aandacht zich kan richten. Al deze gebieden worden bepaald door de gedachten die je hebt. 

Het is een mooi en belangrijk streven om er voor zorgen dat je in de middelste cirkel bent met je aandacht, dan blijf je bij jezelf en op de taak die je op dat moment wilt volbrengen.

Cirkel 1

Hier is een tennisser taakgericht. Hij richt zich op de controleerbare facetten van het tennisspel en tracht die zo goed mogelijk uit te voeren.

Cirkel 2

De aandacht is hier bij de directe afleidingen. Dit kunnen afleidingen zijn die met omstandigheden te maken hebben, zoals het weer of de baansoort. Ook kan de aandacht zijn bij de toeschouwers, de tegenstander of bij het materiaal. In principe wil een tennisser niet bezig zijn met (oncontroleerbare) afleidingen.

Cirkel 3

Hier is de tennisser in gedachten bezig om zijn huidige prestatie te vergelijken met de prestatie die hij van zichzelf gewend is (of denkt, bijvoorbeeld uit trainingen of eerdere wedstrijden).

Cirkel 4

Wanneer je in deze cirkel zit, is de aandacht bij het resultaat. Een speler kan bezig zijn met het binnenhalen van een set of met de (mogelijke) uitkomst van de wedstrijd. De uitkomst heeft een tennisser echter niet volledig onder controle! Hij kan zich daarom beter richten op de aspecten waar hij wel controle over heeft (taak!).

Cirkel 5

In cirkel 5 is de speler bezig met de gevolgen van winnen of verliezen. Gedachten als "als ik deze wedstrijd win, stijgt mijn rating" of "als ik deze wedstrijd verlies, lig ik uit het toernooi".

Cirkel 6

Hier vraagt de speler zich af wat hij hier eigenlijk doet. Met andere woorden, hij stelt zichzelf de vraag of het eigenlijk nog wel zin heeft om op de tennisbaan te staan.